user_mobilelogo

De naam Magyar Vizsla

De Hongaren noemen zich Magyaren en beschouwen zich als nazaten van de uit het Oosten afkomstige nomadenvolken die in de 9e eeuw tot in Zuid- en Midden-Europa drongen totdat zij in 955 door keizer Otto I op het Lechfeld verslagen werden. Daarna vestigden de Magyaren zich op de Donau-Ebene vlakte.
Het woord “Magyar” in de naam Magyar Vizsla geeft aan dat de Hongaren de Vizsla als door en door Hongaars beschouwen. Onduidelijk is echter de oorsprong van het woord “Vizsla”.
Het woord Vizsla duikt voor het eerst op in brieven van Gravin Battyhány aan haar zoon Balthasar waarin zij hem om een valk en een “Vizsla” vraagt. De bekende kynoloog dr. Emil Hauck twijfelt of hiermee het ras Vizsla wordt bedoeld. In die tijd werd het met “Vizsla” namelijk alle voorstaande honden bedoeld, en werd op die manier onderscheid gemaakt met de hetsende honden, de zogenaamde “Agár”. Anderen denken dat het woord “Vizsla” afkomstig is van “Vizi”, dat zoeken, speuren of mager kan betekenen. Weer anderen denken dat het woord “Vizsla” afkomstig is van een buurtschap “Vizsla” uit de 12e eeuw. Hoe dan ook, zekerheid over de herkomst van het woord “Vizsla” zullen we waarschijnlijk nooit krijgen.

Geschiedenis van de Vizsla

Door de eeuwen heen stond de Vizsla bekend als een “geschenk van koningen”. Omdat de Hongaarse adel het alleenrecht had om te jagen, werd de Vizsla alleen door de Hongaarse adel gehouden en gefokt. Het ontvangen van een “koninklijke gouden Vizsla” was een eer die slechts aan een select gezelschap werd gegund, zoals bijvoorbeeld de koningshuizen van Italië en Spanje. De Vizsla draagt de officiële titel van de "Nationale Pointer van Hongarije". Het ras wordt beschermd door de Hongaarse kennelclub “Magyar Ebtenyestok Orszagos Egyesulete”, wiens doel het is om de hoge normen van het ras te bewaken. De Vizsla is een van de oudste jachthondenrassen en overleefde de Turkse bezetting (1526-1696), de Hongaarse burgeroorlog (1848-1849), de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) en de Russische bezetting (1945-1989).

Het ontstaan van de Vizsla

Waarschijnlijk stamt de Vizsla al uit de Romeinse tijd. De Pannonische hond (Pannonia was de Romeinse naam voor Hongarije) was een gele, pointerachtige hond dat zeer geschikt was voor de jacht in die tijd. Hij kon uitstekend wild zoeken en aanwijzen.
Rond 895/896 trokken de Magyaren over de Karpatenpas en vielen het Karpaten bekken binnen. In de diverse slagen tussen de Slowaken en de Magyaren, overwonnen tenslotte de Magyaren, en zij vestigden zich ten zuiden van de Karpaten op de Hongaarse laagvlakte. Reeds voor deze immigratie bestond de valkenjacht te paard, waarbij de honden het veerwild uitstootten en deden springen (flushen). Graaf Bela Hadik, een bekend Vizsla kenner en -fokker, veronderstelt dat de Magyaren reeds voor de inval in Europa hun jachthonden in twee typen hadden ingedeeld, de ene diende voor de valkenjacht, de andere waren hetshonden voor groot wild. De vogelhonden van de Magyaren zijn waarschijnlijk voor het overgrote deel kortharig geweest. Zij gelden als de voorlopers van de huidige Vizsla. Daarnaast hadden zij nog grote herdershonden die zowel voor de jacht op roofwild als ter bescherming van de kudden ingezet konden worden. Ook in de vroege middeleeuwen werd reeds een dergelijk indeling gemaakt.

  

Na de immigratie in het Karpatenbekken ontstonden hier uit de meegebrachte honden enerzijds de brakken (Erdélyi Kopó) anderzijds de wit-bonte vogelhonden en gele windhonden.

De Vizsla werd voor het eerst genoemd en afgebeeld in Weense Kronieken, die door de karmelieter monniken in opdracht van koning Lajos de Grote (1357) tot stand kwamen. Daarin bevinden zich vijf jachttaferelen met daarop afgebeeld een witte vogelhond die gebruikt wordt bij de jacht op patrijs en haas.

 

Een hierop gelijkend, maar geelbruine en duidelijk kortharige hond ziet men op een gotisch wandtapijt uit de 15e eeuw, dat nu tentoongesteld wordt in het museum van Esztergon. De afgebeelde hond kan heel wel mogelijk een Vizsla zijn.

 

Turkse overheersing

Gedurende de Turkse overheersing (1526-1686) is veel documentatie verloren gegaan, ook documenten die uitsluitsel zouden kunnen geven over de Hongaarse jachthonden in de 16e en 17e eeuw. In die tijd werd de Hongaarse cultuur sterk door de Turken beïnvloed en men kan aannemen dat de inheemse jachthonden (Turkse gele vogelhond) met de honden van de landheren vermengd werden; daarop duidt vooral ook de voor de Vizsla typische geel/rode kleur, een kenmerk voor vele honden uit Voor-Azië.

Opkomst en neergang van de Vizsla

In de 18e eeuw begon de familie Zay Vizlsa’s te fokken in de huidige vorm. Ze gebruikten daarvoor de beste gele jachthonden van het Karpatenbekken. De Vizsla was in die periode zo goed aangeschreven, dat de Duitse adel de Hongaarse Vizsla’s gebruikten om hun inheemse staande honden te verbeteren. Er wordt zelfs verondersteld dat de Weimarse Staande Hond is ontstaan uit een kruising van Vizsla’s met Duitse staande honden. Hauck betwijfelt dit. Hij veronderstelt dat de Hongaarse adel al eerder in aanraking was geweest met de Engelse jachthonden.
De topfok van de Vizsla’s brak rond 1880 plotseling af. In die periode importeerden Hongaarse jagers Engelse Pointers en Setters en later ook Duitse staande honden.
In 1882 vond in de buurt van Budapest de eerste veldwedstrijd voor staande honden plaats. Daaraan namen Engelse Pointers en Hongaarse Vizsla’s (vermoedelijk ook kruisingen van Vizsla’s met Engelse en Duitse staande honden) deel. Een jaar later deden nog maar zeer weinig Vizsla’s aan de veldwerkwedstrijd mee. De belangstelling van de jagers voor de Vizsla ging steeds meer achteruit.
De weinige Vizsla-fokkers gingen zich terecht zorgen maken over het afnemend bestand. Op de zoek naar raszuivere Vizsla’s zouden zij slechts een dozijn honden gevonden hebben. Wat daarna aan andere staande honden ingekruist werd, is onbekend. Zeker is wel dat de gele Transsylvanische staande hond, Weimaraners, Pointers en ook Setters erbij betrokken waren. Door laatstgenoemde komen nog af en toe langharige pups ter wereld.
In November 1916 publiceerde Dr. Tibor Thuroczy in het jachttijdschrift ‘Nimrod’ (Nimród Vadászújság) een oproep tot redding van de gele Vizsla. Een jaar later, in november 1917 schreef Dr. Gyula Popovich in hetzelfde ‘Nimrod’ dat zijn Vizsla-reu ‘Witti’ op de leeftijd van zes jaar in drie maanden tijd tot perfecte voorstaande hond was opgeleid.
Witti was erg belangrijk voor de opbouw van het ras. Hij verschijnt vanaf 1918 in bijna alle Vizsla stambomen. Gedurende ruim 16 jaar werd met zijn nakomelingen min of meer inteelt uitgeoefend, waarbij men honden met witte poten, witte borstvlekken en andere ongewenste kenmerken van verdere fok uitsloot.

 

In mei 1920 werd de Hongaarse Vizsla fokkers Vereniging opgericht, en in hetzelfde jaar openden Prof. Raitsits en Dr. Polgar het eerste Vizsla stamboek. In 1924 werd de Orszagos Vizsla-Club onder Dr. Kalman Pogar opgericht. In 1928 werden de raskenmerken vastgesteld. Polgar heeft in 1934 de geschiedenis van de Vizsla in de ‘Nimrod’ gepubliceerd en daarin alle honden opgevoerd, die sinds 1918 aan de opbouw van het ras hebben bijgedragen.

De Tsjech Koloman Slimák, die sinds 1935 Hongaarse Vizsla’s fokt (Z Povazia-kennel), vertegenwoordigde, was van mening dat de Vizsla hoofdzakelijk uit kruisingen van Pointers en zweethonden is ontstaan, omdat in een Vizsla-worp zowel pointers als zweethonden ter wereld zouden zijn gekomen. Ondanks alle inkruisingen hielden de fokkers nu de oude, goud rode Vizsla, als ultiem fok-doel voor ogen, hoewel men daarvoor de gele kleur als kenmerk voor de echte Vizsla beschouwde.

 

In 1935 werd de Vizsla door de Fédération Cynologique Internationale (FCI) als puur ras erkent en in 1938 kwam de eerste Vizsla naar de Verenigde Staten. Rond 1943 waren er ongeveer 5000 Vizsla’s in het stamboek geregistreerd.

Na de tweede wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog werd Hongarije in 1945 bezet door de Russen. De Hongaren waren bang dat alle Vizsla’s door de Russen zouden worden gedood omdat de Vizsla een symbool van Hongaarse aristocratie was. Sommige Hongaren schoten hun paarden en honden zelf af zodat ze niet in de handen van de Russen zouden vallen. Als gevolg daarvan zonk het Vizsla bestand tot circa 10%.
Enkele Hongaren wisten een aantal Vizsla’s te redden. Zo gaf een boswachter van de graaf von Eszterházy tijdens de terugtocht van de Duitse troepen een Vizsla reu (Betyár, stamboomnummer 1) aan het dierenarts-echtpaar Eduard en Ilse Hofbauer. Zij namen Betyár mee naar Wenen. Baronesse Elizabeth von Mihalyi nam op haar vlucht naar Oostenrijk haar Vizsla teef Panni XV (stamboomnummer 2) mee. Ook zij gaf haar hond aan de Hofbauers. Betyár en Panni XV vormden de basis van meeste Vizsla-lijnen over de gehele wereld na de Tweede Wereldoorlog.

 

Het echtpaar Knip uit Amsterdam heeft met hun eerste honden Thora (von Kömlöd, ca. 1950) en Mockocs (vom Dravalögy, 1952) de basis gelegd voor hun Siksági-kennel en de Vizsla-fok in Nederland. Pas eind jaren zestig en begin zeventig nam het aantal Vizsla’s toe in Nederland. Er werd verder gefokt met uit Oostenrijk, Hongarije en Engeland geïmporteerde honden.

De Vizsla draadhaar

Een aantal fokkers/jagers was van mening dat zij een hond nodig hadden die beter bestand was tegen kou, water en de ruige velden. We nemen heden ten dage aan dat de Vizsla draadhaar is ontstaan uit een kruising tussen een Vizsla korthaar en een Duitse Staande Draadhaar in de jaren 30 van de vorige eeuw.
De eerste Draadhaar Vizsla werd gepresenteerd op de Hubertus jachtbijeenkomst in Hongarije op 27 maart 1942, door de heer Vasas Jozsef uit Hejocsabai (Csabai kennel).  Om tot de Vizsla Draadhaar te komen met de gewenste werkeigenschappen en ruwharig uiterlijk is door de jaren heen ook gebruik gemaakt van kruisingen met de Poedel pointer, Griffon, Ierse Setter en waarschijnlijk is de Ierse Terriër een keer ingezet. (De Ierse Terriër is de enige onder de Terriërs die ook voor kan staan). Af en toe werd er ook weer eens een Vizsla Korthaar ingezet. In 1966 werd de Vizsla Draadhaar officieel erkend door de FCI. In 1975 kwam de eerste import naar Nederland. In 1978 werden er 5 reutjes en 3 teefjes geboren bij de kennel “van de Bielheimer”. De eerste Nederlandse draadhaartjes.
De Vizsla Draadhaar is dus een tamelijk jong ras waarvan de wereldwijde populatie nog tamelijk klein is. Er zijn zelfs landen in Europa waar de Draadhaar Vizsla helemaal niet bekend is, of waar slechts enkele exemplaren zijn.

Pup info folder

Privacyverklaring